Samenwerking

geplaatst in: Geen categorie | 0

Ongeveer veertig jaar nu, is mijn lichaam in dienst geweest van mijn hoofd met haar gedachten.

Mijn opdringerige, eigenzinnige, ijverige, gedisciplineerde hoofd, vol doorzettingsvermogen en wilskracht.

In die veertig jaar heeft mijn lichaam zo veel werk verricht: rennen, fietsen, koken, sporten, sjouwen, tillen, klussen, eten verwerken, zuurstofrijk bloed door me heen pompen, etc.

 

Veertig jaar heeft mijn hoofd mijn lichaam geregeerd. Mijn lichaam deed gedwee wat mijn hoofd van haar vroeg.

Wordt het onderhand niet eens tijd voor een wat meer gelijkwaardige samenwerking?

Wordt het onderhand niet eens tijd dat mijn hoofd mijn lichaam bedankt en zegt:

Jij bent mijn tempel. In jou mag ik huizen. Ik zal voortaan mijn best doen jou, mijn lichaam, meer te waarderen voor alles wat jij doet, dat is namelijk niet mis.”

 

Mijn hoofd laat haar gedachten nog even vrijuit gaan:

Waarom was ik zo autoritair, zo overheersend? Jij, m’n lichaam, jij hebt vaak genoeg signalen gegeven.

Je vroeg aan me of ik het even rustig aan wilde doen.

Pas op de plaats alsjeblieft. Zo liet jij mij weten in alle bescheidenheid.

 

Maar pas wanneer jij, mijn lichaam, tegen mij gaat schreeuwen, dan hoor ik je misschien.

Nee, erger nog.

Pas wanneer jij het af laat weten, wanneer jij dienst weigert, pas dan ga ik, hoofd, dimmen.

Niet eens van harte. Nee, ik word zelfs ongeduldig of boos. Ik toon geen begrip voor jou, mijn lichaam.

Ik ga enkel ‘dimmen’ omdat het niet anders kan.

 

Oh lichaam, mijn lichaam, jij deed al zo veel voor mij.

 

Pas wanneer jij ziek neervalt, pas dan, openen mijn ogen zich, misschien.

Pas wanneer jij niet anders kunt dan pijn zijn, pas dan, heel misschien,

kan ik het opbrengen even naar je te luisteren.

Prompt beloon jij me met een golf van liefde. Alleen omdat ik heel even luister naar jou.

 

“Wat zeg je?

Wat vertel je me nou?”

Jij hebt voor mij alle antwoorden die ik nodig heb?

Jij wil graag samenwerken?

 

Pas wanneer mijn hoofd tot bedaren komt, pas dan gaan mijn zintuigen voldoende open om de signalen van mijn wijze lichaam tot mij te laten doordringen.

Mijn lichaam is mijn tempel die graag wil samenwerken met mij.

Ik zou vereerd moeten zijn!