De kattenbak

geplaatst in: Geen categorie | 0

Ondertitel: De heuvel van het wantrouwen.

 

“Zoon, jij  leegt de kattenbak.” Zo delegeert vader.

“Dat heb ik net gedaan.” Aldus zoon.

Vader vindt het nog stinken en tilt het deksel van de kattenbak op.

Hij ziet een kattendrol of twee, bedolven onder het grind.

Vader: “Dat heb je niet. De bak is nog gevuld. Waarom zeg je dat je het gedaan hebt?”

 

Meteen hangt er, naast kattendrollenstank, een spanning in de lucht.

Vader wantrouwt. Zoon voelt dat en reageert scherp.

Zoon: “Ik heb het gedaan, dat zeg ik net.”

 

Moeder staat er bij en kijkt er naar.

 

Vader gaat een stap verder en kijkt buiten in de afvalbak, immers daar wordt gewoonlijk de kattenstront en het grind gedeponeerd. Hij ziet geen grind in de afvalbak buiten. Vader is in de energie gestapt van: ik wil ‘de’ waarheid boven tafel en deze moet uit mijn zoon komen.

Gaat vader hier een stap te ver?

Moeder denkt van wel. Stop deze contrôle, stop dit wantrouwen, stap uit dit verhaal en ga verder met andere zaken voordat een scheur in het vertrouwen tussen vader en zoon wordt gemaakt, voordat een heuvel van wantrouwen wordt gemaakt.

 

Moeder staat er bij en kijkt er naar. Ze grijpt niet in.

 

Het wantrouwen van vader naar zoon neemt toe.

Liegt de zoon?

Of weten we niet wat hier gebeurt. Weten we misschien niet hoe de vork in de steel zit?

De situatie is onveilig, dus de communicatie is op slot gegaan, daar zal een ‘ waarheid’  niet naar boven komen.

Het gesprek gaat verder, te ver, meer in detail.

“Waar heb je het kattenafval gelaten dan?”

“In de grijze bak. Ik heb het in de grijze bak gekiept.”

 

De contrôle dwingt deze ‘scène’ in een onvermijdelijke hoek.

Het wantrouwen van de vader is onomkeerbaar.

De onmacht van de zoon tomeloos.

 

Plaatsvervangende benauwdheid en verdriet in moeder.

 

De drie kunnen niet meer terug.

Het wantrouwen blijft.

Hoe sterk verankert deze scheur zich in het hart van de zoon en in het hoofd van de vader?

Komt dit wantrouwen op het heuveltje te liggen dat vader al opgehoopt heeft m.b.t. zijn zoon?

Een heuveltje dat tot een berg wil verworden?

 

Moeder is er bang voor.

 

Diezelfde dag, nog voor het hele wantrouw-‘ritueel’ zich afspeelt,

heeft moeder in een kunstwinkel iets zien hangen.

 

Op een veertiental etensborden staat Jezus getekend. Hij hangt aan het kruis.

Negen borden verticaal, vijf borden horizontaal.

Het duurde even voordat moeder het zag, maar door zijn getekende lichaam heen stond een zin geschreven:

 

                                                       Only my father knows why

 

Waar woorden tekort schieten, waar ‘de waarheid’  achterhalen niet meer ’t meest relevant is:

Only my father knows why

 

In zo’n geval, laat gaan het rationele niveau.

Neem als volwassene een wilsbesluit, zet de knop om, ‘oké, ik stop met deze discussie.’

 

Raakt de situatie verstrengeld in een web,

met bewijzen kom je er niet meer uit,

Only God knows why

and let it go.

 

Voor haar bevat dit kunstwerk de oplossing van de onaangename scène.

Kan vader het ook zo zien, dan hoeft de heuvel geen berg te worden, sterker nog, dan mag de heuvel,

de heuvel van het wantrouwen, misschien vervlakken…

 

Echt kijken doe je met de ogen van je hart.

“On ne voit bien qu’ avec le coeur.”

(Le Petit Prince, Saint Exupéry)